Podcast Samen Vooruit! | Jeanet van Antwerpen en Jan Jager

Podcast Samen Vooruit! | Jeanet van Antwerpen en Jan Jager

In deze podcast spreken Jeanet van Antwerpen en Jan Jager over hoe we moeten omgaan met ruimte voor werken. Die komt nogal eens in het gedrang door een de enorme vraag naar nieuwe woningen.


[Intro klassieke muziek] 
 
[Louis] Welkom bij de podcast de Metropoolregio Rotterdam Den Haag: Samen Vooruit! Mijn naam is Louis Hueber. In deze postcastserie verkennen we belangrijke keuzes voor de toekomst van onze regio. Hoe versterken we het economisch vestigingsklimaat en hoe zorgen we voor de best denkbare mobiliteit? De metropoolregio Rotterdam Den Haag staat voor complexe maatschappelijke uitdagingen: vergrijzing, digitalisering, verduurzaming, een toenemend ruimtegebrek, druk op de woning- en arbeidsmarkt en groeiende ongelijkheid. Met visies op economie en mobiliteit kan de regio deze uitdagingen aanpakken en kansen benutten. Het is een kwestie van dromen, durven en vooral doen. In deze aflevering bespreken we onder andere hoe we om moeten gaan met ruimte voor werken. Die komt nog weleens in het gedrang door de enorme vraag naar woningen. Nu is een dak boven je hoofd van belang, maar mensen willen ook ondernemen en aan het werk, en daar moet dan wel de ruimte voor zijn én op een manier die bij de toekomst van onze regio past. We móeten en kunnen die ruimte beter benutten. We praten hierover met Jan Jager, urban planner, program manager en journalist. En Jeanet van Antwerpen, voormalig programmadirecteur van het Innovatiedistrict Delft en nu onder andere lid van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur én eigenaar van Ways To Go. Jan, als je aan de economie van de MRDH denkt, wat springt je dan als eerst in het oog? 
 
[Jan] Wat mij als eerst in het oog springt is dat het een echte productieve economie is, als je de MRDH vergelijkt bijvoorbeeld met de economie van de MRA.  
 
[Louis] En wat is dan productief? 
 
[Jan] Het is de opgestroopte mouwen-economie. 
 
[Louis] Dat brengt je ver? 
 
[Jan] Deels in Rotterdam. Den Haag heeft natuurlijk een ander profiel. Maar ik heb de cijfers even bekeken en we weten natuurlijk ook wel: het is een economie met een relatief kleine dienstensector, afgezien van Den Haag wat natuurlijk een overheid heeft met daaromheen een dienstverlenende economie. Maar dat viel mij op. En het is dus een bedrijvige metropool. 
 
[Louis] Maar ‘mouwen opstropen’, dat klinkt mij goed in de oren. 
 
[Jan] Ja, nou ja, dat vind ik ook heel positief. Het is een echte stad, zo zeg ik het ook weleens. Een echte metropool in dit geval. Er wordt gewerkt, er vallen spaanders. En dat moet vooral zo blijven. 
 
[Louis] En ik kan me voorstellen, Jeanet, dat als jij aan deze regio denkt, dat je denkt: daar waar je ook heel veel energie in hebt gestoken. Het Innovatiedistrict Delft, jij was daar programmadirecteur, is dat een voorbeeld van goede gebiedsontwikkeling? 
 
[Jeanet] Ja, daar zeg ik natuurlijk ‘ja’ op, en waarom? Omdat een goede gebiedsontwikkeling begint met partijen, mensen, die elkaar vinden en samen willen werken. Want gebiedsontwikkeling is het verbinden van mensen, van geld, van een programma, dus verschillende functies en schalen. Dus dat betekent ook over je eigen gemeentegrens heen kijken. En dat is wat ook bij Innovatiedistrict Delft gebeurt, want de mensen die daar samenwerken, ik zeg ook expres ‘mensen’, dat is de Gemeente Delft, dat is de TU Delft, dat zijn ondernemers van de bedrijvenkring Schieoevers, dat is de metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Provincie Zuid-Holland. En alleen al het feit dat die elkaar hebben gevonden in die gebiedsontwikkeling, ja, dat vind ik echt top. En dat is ook mouwen opstropen, trouwens. 
 
[Louis] Ja, en dan zijn er drie kernwoorden, hè: ombouw, afbouw, opbouw. 
 
[Jeanet] Ja. Ja, die horen bij de transities. Dat is natuurlijk echt een beetje zo’n hypewoord. Transitie is gewoon verandering. We veranderen van fossiele energie naar duurzame energie, we veranderen onze mobiliteit ook naar duurzame mobiliteit. En zo zijn er nog meer. Een circulaire economie natuurlijk, want dat gaat ook heel erg over werk. Dat is een transitie. Maar de circulaire economie, dat krijg je niet vanzelf door iets op te bouwen, door je mouwen op te stropen en iets op te bouwen. Nee, bij een circulaire economie hoort ook ombouwen, afbouwen en vervolgens opbouwen. Er zijn ook bedrijven die niet meer relevant zijn in een circulaire economie. Dus die stoppen, wellicht.  
 
[Louis] Gebeurde dat ook in het Innovatiedistrict Delft? 
 
[Jeanet] Ja, en dat is ook de dynamiek die je hebt in een gebied. Dat is ook van alle tijden natuurlijk, bedrijven hebben ook een leven. Ze worden geboren, dat heet dan heel hip ‘start-up’, ze worden groter, dan heten ze ‘scale-up’, en dan zijn ze volwassen. Maar bedrijven sterven ook weer. Bedrijven stoppen, omdat de eigenaar stopt, omdat de markt er niet meer is, omdat de dienst of het product niet meer voldoet. Die dynamiek in bedrijven zorgt er ook voor dat je dynamiek en ruimte hebt. Dus daarom heb je sloop, herontwikkeling. Dus je hebt ook ombouw van panden, zou je kunnen zeggen. 
 
[Louis] Nu werken 21 gemeenten aan een visie op het versterken van het economisch vestigingsklimaat. 
 
[Jeanet] Ja. 
 
[Louis] Kun je zeggen dat wat nu in Delft gebeurt, bij dat Innovatiedistrict, dat dat in de praktijk dan is wat je met een koersdocument beoogt? 
 
[Jeanet] Ja, onder andere. Wat ik daar heel belangrijk aan vind, en dat bleef ook bij me hangen toen ik de visie las, is dat er heel erg uitspringt, en dat is natuurlijk ook logisch, omdat de MRDH de schrijver is, dat het team eigenlijk de 21 gemeenten zijn en dat je samenwerkt om dat vestigingsklimaat te versterken en te verbeteren waar dat nodig is. En dat is niet vanzelfsprekend, maar gemeenten denken toch heel vaak binnen de eigen gemeentegrenzen: laat dat bedrijf maar liever bij mij komen en niet bij mijn buurman. Nou, als je die mentaliteit vasthoudt, dan ga je het niet redden. Dus die teamgeest, die er voor mij uitspringt, en dat samenwerken, dat zie je bij Innovatiedistrict Delft en dat zou op veel meer vlakken kunnen gebeuren. 
 
[Louis] Kun je dat concreet maken, dat je zegt: kijk, daar kon je het zien, daar verplaatsen ze zich in elkaar in het team? 
 
[Jeanet] Nou ja, dat je in ieder geval al op het schaalniveau van de regio denkt. Dus welke bedrijven passen heel goed binnen Delft? Of het nou op Schieoevers is of op de TU Delft Campus. En welke bedrijven passen gewoon prima, eigenlijk beter in Rotterdam of in Dordrecht of in Rijswijk? Dus het gaat niet er niet om, om binnen je eigen grenzen letterlijk te denken, maar gooi de boel open. 
 
[Louis] Ja. Ik maak even de switch naar het zuiden van het land. Dan kom ik bij jou, Jan Jager, terecht. Jij vindt Parkstad voor Heerlen een geweldig voorbeeld van een toekomst creëren voor een bedrijventerrein. 
 
[Jan] Ja, als het gaat over regionale afstemming van ruimtelijk beleid om uiteindelijk je vestigingsklimaat te verbeteren. Mag ik nog één stapje terug? Jij vroeg van: ‘Wat valt jou op?’ Nou, een productieve regio met een productieve economie, dat is onderscheidend van de MRA. Maar het is veel meer dan Utrecht en MRA, een regio die ook een ballast met zich meedraagt. En een regio in transitie. De groei bleef gigantisch achter afgelopen decennia bij Utrecht en MRA. Dus de MRDH heeft nog altijd een inhaalslag te maken. Dus een regio die transitie moet maken; een economische transitie. Niet alleen de circulaire economie, echt een economische transitie. Dat heeft ook met de arbeidsdeelname, -participatie te maken. Die is laag. Dus je moet mensen meenemen vanuit oude industrieën in nieuwe industrieën. Dat brengt mij bij een keuze die je moet maken. Daar is het Innovatiedistrict natuurlijk een heel belangrijke aanjager voor, voor meer innovatieve economie. Ik meen dat dat ook in de ruimtelijk economische visie staat van de Provincie. Innovatie is één van de drie leidende principes, naast duurzaamheid en inclusiviteit, dus iedereen meenemen. Maar die innovatie is ontzettend belangrijk. En dat betekent ook dat je met zo’n oog naar je clusters moet kijken. Jullie hebben vijf clusters, geloof ik, hier geselecteerd in de ruimtelijke economische visie. 
 
[Louis] Klopt. 
 
[Jan] Bijvoorbeeld Horti Science, Horti Innovatie. Maar die Horti-sector is natuurlijk ook heel omvangrijk en voor een deel is dat ook een sector die een hele wissel trekt op de regio, vanwege arbeidsmigranten en huisvestingsproblematiek. En anderzijds is het een zeer innovatieve sector die ook tegen bijvoorbeeld de eiwittransitie aanhangt. En dat zijn écht sectoren die veelbelovend zijn voor de toekomst. Dus binnen zo’n deelsector heb je misschien onderdelen die niet meekomen. En zoals Jeanet zegt: je moet er niet bang voor zijn dat er ook deels activiteiten uitgefaseerd moeten worden. En anderzijds moet je die innovatie heel erg stimuleren. Wat betreft de samenwerking, wat ze in Parkstad volgens mij heel erg goed doen, en natuurlijk in de Brainportregio, maar je moet niet willen kopiëren per se, maar je kunt er wel inspiratie uitputten. In de Brainport, maar ook in Parkstad, wordt groot gedacht. Ik vind Innovatiedistrict Delft een ontzettend mooi begin, maar er zit vooralsnog één gemeente in. Wel de MRDH en de Provincie, maar volgens mij is Innovatiedistrict Delft grenzeloos. Dat zou je over de hele regio kunnen uitleggen. Delft is een óntzettend belangrijke asset van de metropoolregio Rotterdam Den Haag. En Rotterdam ontleent daar heel veel waarde aan en Delft ontleent ook heel veel waarde aan Rotterdam. Dus je moet echt over de grenzen heen kijken. Wat ze in Parkstad heel goed doen overigens. 
 
[Louis] Jij noemt één van de vijf clusters waarvoor gekozen wordt. In totaal is het: duurzaam, maritiem en haven; High-tech Horticulture, innovatieve maakindustrie. 9 Miljard gaat daarin om, 85.000 banen. Digitale technologie en veiligheid; overheid, vrede en recht. Dat zit dan met name in Den Haag, 70.000 banen. Zijn dat goede keuzes? Moet je je daarop richten, Jeanet? 
 
[Jeanet] Nou ja, het zijn er best veel, dus daarmee heb je een groot deel te pakken. En dan staat er ook nog een beetje diplomatiek bij dat stadsverzorgende bedrijven ook heel belangrijk zijn. Dus eerlijk gezegd, als ik het lees, dan zie ik ook wel gewoon het grootste deel van de economie in de MRDH terug. 
 
[Louis] Maar dat kies je niet?  
 
[Jeanet] Nee, misschien niet. En ik weet ook niet of dat nou zo heel erg is eigenlijk, want dat komt ook omdat alles met elkaar samenhangt. Wij zijn gewend om dingen in hokjes te stoppen. Is een bedrijf X of is het Y? Terwijl, die tuinbouw of die Horticulture waar Jan het net over heeft, die innoveert vanwege kunstmatige intelligentie, wat weer bij de TU Delft wordt bedacht. Dus drones, die zijn inmiddels ook inzetbaar in de landbouw, bijvoorbeeld. Dus ik zie niet zozeer die vijf verschillende sectoren of motoren, ik zie vooral hoe die op een hele mooie manier in een ecosysteem met elkaar samenhangen. En dat zie je alleen niet aan de buitenkant, dat zie je niet in panden, maar dat zie je alleen in de toeleveranciersrelaties die er zijn, de afnemerrelaties die er zijn, de kennis die ze van elkaar opdoen. Dus dat ecosysteem-denken, dat zou ik nog wel iets vinden wat ik zou willen noemen, ook bij deze visie. Denk niet alleen in wat je kunt zien, maar ook hoe de daadwerkelijke economische relaties zitten tussen bedrijven en kennisinstellingen. 
 
[Louis] Ja, je benoemt het woord ‘denken’. En hoe ga je dan van denken naar doen? 
 
[Jeanet] Nou, toevallig ook bij de TU Delft is iemand die daar onderzoek naar doet en die heeft ook letterlijk die ecosystemen uiteengerafeld. Dat heeft die gedaan voor het havencomplex van Rotterdam, Moerdijk, Antwerpen en heeft daar ook een heel mooi artikel over geschreven: Friends with Benefits. Dat zijn dus geen concurrenten van elkaar. Ze hebben elkaar nodig, omdat er ongelooflijk veel relaties tussen die bedrijven in die havens zijn. Dus als je dan vanuit concurrentie gaat denken, dan keer je je af van Antwerpen, bij wijze van spreken. Dat zou ik sowieso niet doen. Maar als je weet hoe die relaties in elkaar zitten, dan snap je dat je op een andere manier moet sturen. Dus ik denk ook dat je die data, die je nota bene in je eigen regio beschikbaar hebt, misschien wel veel beter kunt benutten. 
 
[Louis] En daar is een belangrijke rol voor de metropoolregio Rotterdam Den Haag voor weggelegd? 
 
[Jeanet] Nou, dat vind ik wel. Het valt me elke keer weer op, want we hebben het over kunstmatige intelligentie, we hebben het over digitalisering, maar als je echt harde data zoekt en je wilt met data sturen, ruimtelijk en economisch, dan zijn die heel lastig beschikbaar. Dan heb je wel cijfers over arbeidsplaatsen, dan heb je cijfers over vierkante meters vastgoed, maar je hebt héél slecht zicht op hoe de bedrijven zich binnen de metropoolregio verplaatsen. Wie gaat van A naar B en waarom? Wat hebben ze nodig? Als we dat weten, dan kun je ook beter je aanbod afstemmen op je vraag. Dat is gewoon echt lastig beschikbaar. Dus daar doe ik hier gelijk een oproep voor.  
 
[Louis] Ja. We hadden het net over de clusters, maar er zijn nog drie keuzes die in de visie op het economisch vestigingsklimaat worden gemaakt: ruimte voor werken, volle inzet op innovatie en technologie. Jullie benoemden dat al even. En het versterken van toekomstig arbeidspotentieel. Jan, je raakte dat eventjes aan. Dat is een belangrijk iets? 
 
[Jan] Ja, lijkt me wel. Je hebt een stad als Den Haag met een relatief hoge werkloosheid. De kaartenbak heette dat, geloof ik, vroeger. In Brussel is dat nog veel erger. En dat zijn natuurlijk steden die parallellen vertonen. Er zit natuurlijk een grote overheidssector. Dus die economie is veranderd afgelopen decennia. En een deel van de beroepsbevolking is niet meegegaan, maar vertrekt ook niet. Dus je zal ervoor moeten zorgen dat die mensen aan het werk moeten blijven, daar moeten banen voor worden gecreëerd, en je zult ze geleidelijk aan mee moeten nemen in economische transities. Nou, dat doe je op school, in de onderwijsinstellingen. Een mooi voorbeeld uit Den Haag vind ik de new farm bijvoorbeeld, waar ruimte is voor maakindustrie, waar mensen uit de buurt werken. Dus een verticale fabriek. En daar wordt in Den Haag heel erg goed mee geëxperimenteerd.  
 
[Louis] Wat wordt daar gemaakt? 
 
[Jan] Een sokkenfabriek zit daar bijvoorbeeld. Een prachtig voorbeeld. Wel een functie die vanuit de markt niet automatisch ontstaat. Dus daar zal je als gemeente met ruimtelijk beleid, met investeringen op moeten sturen. En dat is echt voor de inclusie, wat ook een heel belangrijk leidend principe is, heel erg belangrijk dat je daarin voorziet. Qua onderwijs, daar wordt in het nationaal programma Rotterdam Zuid natuurlijk heel erg op gestuurd om mensen op te leiden voor de havenindustrie, voor de maritieme maakindustrie. En dat is nog wel een heel erg ingewikkelde opgave. Dat blijkt nog niet beslecht.  
 
[Louis] Jeanet, waar denk jij het eerst aan bij het versterken van toekomstig arbeidspotentieel? 
 
[Jeanet] Ja, heb contact met de praktijk. Dus breng scholen, leerlingen in contact met bedrijven, met de mensen die daar werken. Laat ze zien hoe gaaf het is om iets te maken, om iets te bedenken, om iets te verbeteren. Ja, zorg ervoor dat ze elkaar leren kennen. Dus eigenlijk best wel kleinschalig. En zorg ook dat mensen goede rolmodellen hebben. De metropoolregio Rotterdam Den Haag is natuurlijk een heel groot gebied met heel veel verschillende soorten mensen, met heel veel verschillende soorten achtergronden en als jij niet de goede rolmodellen in de buurt hebt, hoe weet je dan dat je bijvoorbeeld een paar honderd meter verderop, als ik dan toch maar weer even het voorbeeld van Delft pak, dat daar fantastische uitvindingen gedaan worden die ook nog eens een keer gemaakt worden, die getest worden en waar jij misschien wel een bijdrage aan kan leveren? Als je daar niet mee in aanraking komt, want er zijn misschien geen echte hekken, maar wel mentale hekken, dan kun je die kans niet eens pakken, omdat je niet weet dat die er is. Dus ik denk dat we nog heel veel kunnen doen in het in contact brengen van hardcore wetenschap en jongere kinderen op school.  
 
[Louis] Daar zetten we ook als metropoolregio op in, hè. Dat is meer dan alleen maar in contact brengen. Want neem de campus-ontwikkeling, dan zit mbo gewoon bovenop bedrijven en kennisinstellingen. 
 
[Jeanet] Klopt, klopt. Ja, mbo zit natuurlijk ook op de TU Delft Campus HBO ook. Maar je kunt dat nog verder doorvoeren en daar zijn ook verschillende voorbeelden al wel van hoor, dus ik zeg geen nieuwe dingen, maar ik denk dat het nog meer kan. Dat je ook vanuit de wijken, maar ook in de wijken, waar dus ook normaalgesproken minder werkgelegenheid is of misschien alleen een supermarkt, maar dat je daar ook plekken hebt waar je dat maken gewoon doet, want we zijn toch op zoek naar ruimte. Nou, vind die dan ook in de wijken, wees creatief en denk niet alleen ook weer binnen de grenzen bijvoorbeeld van je eigen campus. En ik weet dat die uitwisseling er is en die zal er ook vast in Rotterdam zijn, maar dat kun je wat mij betreft niet genoeg doen.  
 
[Louis] Ja. Ik ga toch weer even gluren bij de buren overzee, Oost-Londen, Jan Jager, jij reist veel, wat heb je daar gezien? Kunnen we daar iets van meenemen?  
 
[Jan] Daar hebben we een regionale ontwikkelingsmaatschappij gezien, of eigenlijk een stedelijke. Een publieke ontwikkelingsmaatschappij, laat ik het zo noemen, van de Gemeente Barking and Dagenham. Daar waren we op studiereis, tweemaal. Het is zeer inspirerend wat er in Londen allemaal gebeurt rondom ruimte voor werk. Die ontwikkelde enerzijds een campus met ook een duidelijke verbinding met de havenindustrie die daar zit, in Oost-Londen. Daar zit nog een haven, Freeport, zijn ze daar aan het ontwikkelen om jongeren uit de buurt in contact ook te brengen met die industrie daar. Dus echt een campus met als doel om de jeugd van Oost-Londen te betrekken bij de economie van Oost-Londen. Een ander voorbeeld is dat ze daar in Oost-Londen een enorme ruimtedruk hebben, een bedrijventerrein waar vroeger de Ford-fabrieken zaten, die moet voor de helft worden getransformeerd naar wonen. Alleen op de helft die overblijft voor economie, die gaan ze misschien wel viermaal intensiveren. En dat is ook de stedelijke ontwikkelingsmaatschappij die dat aanjaagt, bijvoorbeeld door een Barking Industria uit te bouwen. Ik heb toevallig een vakblad meegenomen met op de cover Barking Industria. Dat is één van de eerste gestapelde bedrijfsverzamelgebouwen van Europa. Misschien wel zeer inspirerend om te zien. En dat is dus een publieke investeerder die dat aanjaagt in de hoop dat de markt volgt.  
 
[Louis] Ja, je noemde ‘regionale ontwikkelingsmaatschappij’, daar wordt ook over gedacht binnen de MRDH? Vooral op doordenken, doen? 
 
[Jan] Ja, verstandig. En die zijn ook wel, als je het slim aanpakt, revolverend te maken. Als het goed is, is dat echt een investering voor je toekomst. 
 
[Louis] Jeanet, wat vind jij? 
 
[Jeanet] Ja, zeker. Ik ben een fan van regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Ik ben sowieso een fan van publiek/privaat. En door als publieke partij te investeren kun je ook private investeringen uitlokken en kun je ook je publieke geld laten renderen. Ja, daar zitten ook risico’s aan, maar dat is met alles in het leven. Dus regionale ontwikkelingsmaatschappijen zitten heel erg in die schakel van beleid naar uitvoering. Die kun je uitstekend inzetten. En zeker als ze ook nog geld hebben om grond te verwerven, om een eerste aanzet van een gebiedsontwikkeling te maken, dan volgt de markt vanzelf. En je laat ook zien dat het je menens is als overheid, dus dat biedt ook vertrouwen voor de markt om te investeren. Dus ja, dat vind ik een no-brainer. 
 
[Louis] Mag ik bij jou nog even terugpakken op een succesvolle ervaring bij Schiphol Area Development, want daar speelde netcongestie, een circulair bedrijventerrein was nog heel ver weg. 
 
[Jeanet] Ja. 
 
[Louis] Maar in 2023 kreeg het een prijs als beste bedrijventerrein van Nederland. Kunnen we daar iets van leren in de metropoolregio? 
 
[Jeanet] Het kreeg het BREEAM-certificaat excellent, en daarmee was het ’t eerste bedrijventerrein ter wereld, je moet groot denken, dat een certificaat kreeg. En het leuke is: tien jaar geleden was dat een droom om het meest duurzame bedrijventerrein ter wereld te worden. Ik was in de periode 2015/2021 directeur van SADC en toen werd er ook wel om gelachen overigens, om die droom, maar dat is wel gelukt. En ja, daar vroeg je volgens mij naar, hè, naar succesvoorbeelden. Het is ons gelukt om én het gebied Schiphol Trade Park te ontwikkelen en als bijvangst waren we eigenlijk goed voorbereid op netcongestie. Ja, en hoe is dat gegaan? In 2015 waren de Sustainable Development Goals, de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties net uitgebracht en circulaire economie was toen eigenlijk wereldwijd wel in de belangstelling. Het Akkoord van Parijs natuurlijk ook. Dus ik werd daar toen de nieuwe directeur. Er moest een nieuwe strategie komen en toen hebben we met elkaar gezegd: wat gebeurt er in deze wereld? We zien dat we een transitie gaan doormaken naar een circulaire economie, we zien dat digitalisering verandert, hoe we werken, leven. En we zien dat we het niet alleen kunnen, want kennis heb je van alle kanten nodig, dus we gaan echt als netwerkorganisatie werken. Een lang verhaal kort: we zijn circulair gaan ontwikkelen. Dat was een andere mindset ook met name. Dus hoe gaan we niets beschadigen en hoe gaan we waarden toevoegen? Eigenlijk een heel simpele vraag. Bijvoorbeeld bij groen zeiden we: je kunt een landschapsarchitect vragen om een ontwerp te maken en dan wordt er meestal gekeken naar zo min mogelijk kosten in beheer en onderhoud en ziet het er leuk uit? Maar als je dat op een andere manier vraagt, dan wordt het van: o, vangen deze planten fijnstof af, slaat het CO2 maximaal op en kun je het oogsten? Dus daar hebben we gewoon een manier van denken in gang gezet die door alle collega’s geadopteerd werd. Als het gaat om de netcongestie waren we sowieso al gasloos, verplichtten we bedrijven om zonnepanelen op de daken te leggen en toen kwam in 2020 het bericht van Aliander: ‘U wordt wel aangesloten, maar u krijgt nul kWh aangeleverd. Omdat we al bezig waren met een smart grid, omdat er heel veel opwek was hebben we de koppen bij elkaar gestoken en de bedrijven zover gekregen dat degenen die ruimte hadden dat gedeeld hebben met de anderen op een eigen subnet. En dat heeft ertoe geleid dat alles gewoon door kon gaan. 
 
[Louis] Dat is het teamgevoel. 
 
[Jeanet] En dat is het teamgevoel. Ja. 
 
[Louis] Je staat ook een botscultuur voor. Soms moet het ook schuren. 
 
[Jeanet] Nou ja, het schuurt vanzelf als je iets nieuws wilt doen. Dus toen wij circulair gingen ontwikkelen stuitte dat natuurlijk op wet- en regelgeving van de Gemeente Haarlemmermeer in dit geval, terwijl die tegelijkertijd zeiden: ‘We willen naar een circulaire economie toe.’ Op zich is dat logisch, want wet- en regelgeving en procedures lopen altijd achter op beleid. En daarom pleit ik ook heel erg voor het gewoon maar gaan doen, dan bots je vanzelf tegen de regels van het systeem aan en ben je in staat om het systeem te veranderen.  
 
[Louis] Ja. Stel, Jan, jij zit aan de knoppen bij de gemeenteraad, je bent bestuurder of je zit in de gemeenteraad zelf en je mag één ding gaan uitvoeren van die visie op het economisch vestigingsklimaat, waar zou jij dan mee beginnen? 
 
[Jan] Dat is wel een ingewikkelde vraag. Is dit die slotvraag? 
 
[Louis] Nou ja, laten we dat als slotvraag nemen. Ik leg hem Jeanet dan ook voor. 
 
[Jan] Ik zou in eerste instantie heel goed gaan inventariseren wat je allemaal aan pareltjes hebt in je regio en op je bedrijventerreinen. Dat is denk ik een hele belangrijke. 
 
[Louis] Maar dat is er al, hè, met die visie op economisch vestigingsklimaat, want er zijn vijf keuzes gemaakt. 
 
[Jan] Ja, zeker. Maar je weet soms niet wat voor pareltjes je hebt op je bedrijventerreinen die je ook misschien wel kunt verliezen. En wat denk ik heel erg belangrijk is, en dan haak ik ook aan bij het onderzoek wat Merten Nefs heeft gedaan. Hij heeft de relatie tussen Rotterdam en Delft onderzocht en daaruit blijkt dat veel bedrijven die in Delft, de Kraankamer, tot bloei komen, die zijn op zoek naar ruimte. De ruimte die er in Delft vaak niet is. En die ruimte heb je wel in Schiedam en Rotterdam. Dus eigenlijk een as van Delft naar Rotterdam via Schiedam die heel erg sterk is en complementair aan elkaar zijn in die drie plekken. Volgens mij moet je echt een gezamenlijke visie ontwikkelen op je vestigingsklimaat, die die steden of binnen het MRDH-verband. Dat je ook kijkt hoe je een groeipad van een bedrijf in je regio kunt accommoderen. Niet individueel een ruimtevraag van een bedrijf accommoderen, maar door de tijd heen. Hoe kan die een carrière maken door de MRDH heen, zodat je hem kunt behouden en uiteindelijk misschien ook wel tot productie kunt komen in de MRDH. We hebben een prachtig bedrijf, Nearfield. Ik weet niet waar dat is ontstaan. Op de TU-campus? Dat gaat een enorme ontwikkeling doormaken. En je wilt toch echt dat zo’n parel in de MRDH blijft. 
 
[Louis] Dus dat betekent dat Delft en Rotterdam zich goed tot elkaar… 
 
[Jan] Dat ze uitermate heel goed samenwerken om dit soort parels behouden.  
 
[Louis] Jeanet, jij hebt de visie ook gelezen. Waar moeten ze in de gemeente als eerste mee aan de slag? 
 
[Jeanet] Nou, dat zijn er natuurlijk 21, hè, want er vallen heel vaak dezelfde namen. Maar we hebben 21 gemeenten en dat is het sterke team. Dus ik heb eigenlijk twee tips. De ene zit op het fysieke vlak, de ander op het menselijke vlak. Eerst op het fysieke vlak: maak ruimte, niet een straatje erbij, maar een pandje erbij. Een bedrijfspandje erbij, erop, ernaast, erin, maar kijk waar je slim bedrijfsruimte kunt toevoegen. Want dat is ruimte maken, dat is intensiveren. Een pandje erbij, erop, erin of ernaast. En hoe krijg je dat voor elkaar? Door gewoon ook morgen je buurman of je buurvrouw te bellen in de buurgemeenten en te kijken hoe je dat samen kunt gaan doen.  
 
[Louis] Dat is één. 
 
[Jeanet] Nee, dat waren er twee, want de buurvrouw of de buurman bellen, dat was de tweede.  
 
[Louis] Oké. Ik versta het ook als: begin klein en ga vooral wat doen. 
 
[Jeanet] Ja, en bel. Wat ik zo wonderlijk vind, dat komt ook omdat we elkaar de hele tijd mailen en zo; bel gewoon je collega bij de andere gemeenten op en kijk hoe je samen die pandjes erbij kunt maken. En welke bedrijven kloppen bij jou op de deur en passen die bij jou of bij mij? Maar ga dat vooral samen oppakken. 
 
[Louis] Dank je wel, Jeanet van Antwerpen en Jan Jager. 
 
[Jeanet] Graag gedaan. 
 
[Jan] Graag gedaan, ja. 
 
[Outro klassieke muziek] 
 
[Louis] Wil je reageren, meepraten of meedenken, mail naar communicatie@mrdh.nl en vergeet niet deze podcast te delen in je netwerk.