Transformatieopgave? Hét moment voor een energieanalyse!

Een bedrijventerrein is net een dorp. Er beweegt van alles, er schuurt van alles, er ontwikkelt van alles. De energietransitie is daar een van. Een waar we niet meer omheen kunnen. Er zijn dan ook diverse bedrijventerreinen die stappen zetten richting all-electric, fossielvrij of energieneutraal. Maar hoe verhoudt en verbindt de Regionale Energiestrategie (RES) van Rotterdam Den Haag zich aan een lokale transformatieopgave van een bedrijventerrein? In gesprek met Ferry Beerepoot, programmamanager Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag en werkzaam bij de BAR-organisatie.    

De RES Rotterdam Den Haag staat voor betaalbaar, betrouwbaar, schoon en veilig voor iedereen. Een gebied met 2,3 miljoen bewoners. Opdrachtgevers zijn provincie, waterschappen en gemeenten. Er ligt een concept RES bij het Nationaal Programma, voortbordurende op het regionale ‘Energieperspectief 2050’. In juli 2021 moet er een RES 1.0 zijn. Een heldere marsroute voor implementatie.

Een realistisch, gedragen verhaal

De RES is veel meer dan het opleveren van een document, geeft Ferry aan: “De RES gaat over samenwerking, de diverse partijen samenbrengen met al hun ambities en plannen. Waarbij de uitgangspunten nadrukkelijk als regio worden vastgesteld, maar tegelijkertijd voldoen aan het klimaatakkoord. Onze rol is om feitelijke informatie aan te dragen, input op te halen, te ordenen, te focussen en te helpen in besluitvorming. Welke zaken zijn op welke termijn haalbaar? We bedenken niets achter ons bureau. Het plan leggen we steeds terug bij de betrokken partijen. Het is een tijdsintensieve aanpak, maar erg belangrijk voor commitment.”

"De RES gaat over samenwerking, de diverse partijen samenbrengen met al hun ambities en plannen"

“De keuze voor het volop benutten van bestaande warmtebronnen is een logische daarin, want daar is voldoende aanbod van. Van elektriciteit is er daarentegen te weinig. Zo is er te beperkte ruimte beschikbaar om enkel in te zetten op grootschalige windenergieparken. Daarom maximaliseren we zonnepanelen op daken. Daar ligt een enorm potentieel voor bedrijventerreinen. In 2030 is het streven om 40% van de geschikte daken te benutten. Naar innovaties als waterstof wordt zeker gekeken, maar is naar verwachting voor 2030 niet schaalbaar, daar kleven nog te veel risico’s aan. De basis van onze aanpak is dan ook om nadrukkelijk te kijken hoe de regio eruitziet qua verbruik en bestaande bronnen. We hebben niet klakkeloos teruggerekend vanuit landelijke doelstellingen. Daarnaast gaan we proefdraaien op het vlak van grootschalige elektriciteitsopwekking, zodat we bij opschaling de lessen geleerd hebben.”

Van strategie naar lokale participatie

Een plan is er, maar in hoeverre helpt de RES gemeenten om ondernemers en bewoners hierin te betrekken? Ferry vertelt: “Gemeenten zijn zelf aan zet, daar zit geen directe rol voor ons. De RES is een regionaal overheidsproces. Wij zorgen wel dat onze informatievoorziening zo goed mogelijk op orde is, zodat de gemeenten dit optimaal kunnen gebruiken. En zo moet het ook zijn. De gemeente kent de lokale context het beste en kan de vertaalslag op die manier maken dat het aanslaat.”    

Er is geen specifieke aanpak in de RES voor bedrijventerreinen. Toch ligt daar een aanzienlijk potentieel. Is dit geen gemiste kans? “De RES speelt in op de energievraag van de gebouwde omgeving, inclusief bedrijventerreinen. Wel is er een ander instrumentarium nodig voor een woonwijk dan voor een bedrijventerrein. Voor de RES 1.0 zijn we aan het bouwen aan duidelijke randvoorwaarden betreffende bedrijven. Welke vragen hebben zij, wat belemmert hen om stappen te zetten? We merken in ieder geval dat gemeenten verschillende keuzes maken waarop te sturen. Bijvoorbeeld de gemeente Ridderkerk is ambitieus te werk gegaan bij bedrijventerrein Donkersloot.

Een fossielvrij bedrijventerrein is de wens, waarbij de omslag is gemaakt van bestemmings- naar omgevingsplan met duidelijke kaders voor bedrijven. Echter realiseren bedrijven zich des te meer zelf dat er voordelen kleven aan de energietransitie; verminderde energiekosten en verbeterde concurrentiepositie. Gemeenten moeten dit proces faciliteren om te zorgen dat niet ieder bedrijf dit individueel gaat oppakken, maar er win-win situaties ontstaan op een bedrijventerrein en nabije omgeving en ook op dat niveau voorzieningen worden getroffen. Er een gelijk speelveld ontstaat.”

“Als het specifiek gaat om een transformatieopgave van een bedrijventerrein, zoals je bijvoorbeeld ziet bij de Binckhorst in Den Haag, dan wordt er al gesloopt, gerenoveerd en ontwikkeld. Er is sprake van een zekere overlast voor de gebruiker van dat gebied. Dan is juist hét momentum daar om de energie-infrastructuur en warmtevraag van de omgeving mee te nemen. De combinatie van wonen en werken, kan betekenen dat er voldoende vraag is voor lokale en rendabele uitwisseling. Waarbij pieken uitfaseren en restwarmte van bedrijven ingezet kan worden voor woningen. Maar telkens moet er gekeken worden naar de specifieke situatie. Wat is in deze context de beste keuze? Maak een kwalitatief goede energieanalyse, ga niet achteraf lijmen.”

De energietransitie is geen hobby meer van een goedbedoelde ambtenaar

Als je in de stoel van een gemeente in de metropoolregio zou kruipen, wat geef je hen graag mee? “Kijk naar het bredere plaatje, niet naar het specifieke bedrijventerrein”, geeft Ferry aan. “Er moeten meer systematische keuzes gemaakt worden. Kijk bijvoorbeeld naar bovengemeentelijke bronnen. All-electric is niet de enige oplossing, rekening houdend met de disbalans in het net. De RES biedt hier handvatten voor. De energietransitie is een complexe opgave. Het vergt een zorgvuldige benadering. Ook liggen er kansen om de energietransitie nadrukkelijk te verbinden aan andere thema’s die spelen in een stad en op een bedrijventerrein. Zo betekent investeren in de energietransitie, investeren in werkgelegenheid. Op dit moment komen we mensen tekort die benodigde vaardigheden en kennis in huis hebben voor de energietransitie. Een risico maar tegelijkertijd een kans. En ik zie een directe relatie met mobiliteit. De oplaadcapaciteit, daar moeten we slim mee omgaan en vooruitkijken aangaande de benodigde infrastructuur, voor werkgevers én bewoners.”

“Bij een transformatieopgave is het van belang om opgaven te combineren, succes en falen te delen, investeringen goed te koppelen en te kijken naar bredere kansen als de Omgevingsvisie. Betrek daar zeker de collega’s van de energietransitie bij. Bedenk dat er als gemeente al veel meer kan via bestaande juridische kaders, dan dikwijls gedacht wordt. Bedrijven lopen niet meteen weg. Wij horen het in ieder geval graag als er een transformatieopgave bij een gemeente in de planning staat. Hoe eerder, hoe beter! Zo kunnen we geleerde lessen optimaal uitwisselen in de regio.”

Meer inspiratie en informatie opdoen over de Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag? Klik hier.

Artikel: Thirza Monster, Cirkellab
Opdrachtgever: Metropoolregio Rotterdam Den Haag