Podcast Samen Vooruit! | Doekle Terpstra en Joost van der Veen

Podcast Samen Vooruit! | Doekle Terpstra en Joost van der Veen

Hoe zorgen we ervoor dat jongeren voor techniek kiezen, dat onderwijs en bedrijven beter samenwerken, en dat Zuid-Holland haar enorme kennispositie ook echt verzilvert? In deze aflevering gaat Louis Hueber in gesprek met Doekle Terpstra, bestuurlijk verkenner van de MICS (Mechatronica Innovatie Campus Schiedam) en Joost van der Veen, directeur van Beethoven Zuid-Holland.

[Intro klassieke muziek] 
 
[Louis] Welkom bij de Podcast De Metropoolregio Rotterdam Den Haag Samen Vooruit. Mijn naam is Louis Hueber. In deze podcastserie verkennen we de grote keuzes voor de toekomst van onze regio. Hoe versterken we het economisch vestigingsklimaat? Hoe zorgen we voor duurzame mobiliteit? En hoe bouwen we aan een sterke economie die onze welvaart in de toekomst draagt? Vandaag praten we over talent, techniek en toekomst want zonder goed opgeleid technisch personeel stokt de vooruitgang. Hoe zorgen we ervoor dat jongeren voor techniek kiezen? Dat onderwijs en bedrijven beter samenwerken en dat de metropoolregio haar enorme kennispositie toch echt gaat verzilveren. Daarover ga ik in gesprek met Doekle Terpstra, bestuurlijk verkenner van de MICS, de Mechatronica Innovation Campus Schiedam en voormalig voorzitter van Techniek Nederland. En ik praat met Joost van der Veen. Hij is programmamanager van Beethoven Zuid-Holland dat onderwijs, industrie en overheid verbindt om 2.000 technici op te leiden voor 2030 in de microchipindustrie. Doekle, je bent sinds kort bestuurlijk verkenner de MICS. Dat wordt je gevraagd en waarom zeg je dan ja? 
 
[Doekle] Nou, dat is een hele interessante vraag. Kijk, de thematiek is mij wel bekend zou ik bijna willen zeggen, ik ben daar al jaren mee bezig. En ik geloof heel erg in de kracht van de samenwerking tussen bedrijfsleven en het publieke domein, dus de onderwijsinstellingen. Toen ik gevraagd werd om dit te doen vond ik het eigenlijk wel bijzonder omdat ik de MRDH ken vanuit het idee dat men zich richt op mobiliteit. En ik heb mij daar ook op laten informeren en wat ik interessant vind is dat het bestuur van de MRDH heeft gezegd, de 21 burgemeester om het zo maar een uit te drukken: wij willen als het ware breder kijken dan alleen maar mobiliteit, we willen ook naar die economische visie gaan kijken. En we willen ook nadenken over de vraag van hoe kunnen we de campusontwikkeling laten plaatsvinden op het gebied van maakindustrie en dan in het bijzonder de mechatronica.    
 
[Louis] En waarom vond jij dat dan interessant?  
 
[Doekle] Omdat ik heel erg geloof in het idee dat daarin de komende jaren gewoon het verschil in Nederland zal worden gemaakt. Als je kijk naar de grote thema’s in Nederland, laten we bijvoorbeeld even kijken naar wat er op het gebied van defensie moet gebeuren of op het gebied van ASML. Ik denk dat Joost daar heel veel over kan vertellen, dat zal hij ongetwijfeld zo meteen ook doen. Dan denk ik dat we daar nog ongelofelijk veel potentie hebben die niet echt tot ontwikkeling komt en die een mogelijkheid met zich meebrengt juist in de ’s-Gravelandsepolder van Schiedam. Dus ik heb me daarop laten informeren en ik heb vooral ook een beetje gekeken van ja, is het nu ook een doorleefd idee van de MRDH? Als dat niet het geval zou zijn dan hoef ik daar ook niet aan te beginnen.  Maar ligt er als het ware ook wat hardheid onder de politieke en maatschappelijke besluitvorming op de ’s-Gravelandsepolder? En dat blijkt eigenlijk een hardere casus te zijn dan ik initieel dacht en dat is dan, bij elkaar opgeteld, reden om te zegen: ik ga ervoor en ik ga met al die partijen verkennen of we dit ook werkelijk van de tafel naar realisatie kunnen brengen. 
 
[Louis] Jij haalde Joost van der Veen al even aan. Joost, jij bent jong, maar je hebt al vijftien jaar echt topervaring in het onderwijs, op het ministerie, op vier scholen. Kun je daar iets over zeggen?  
 
[Joost] Jazeker. Ja, ontzettend fijn om hier te zijn en ik heb inderdaad m’n hele werkende leven in het onderwijs doorgebracht. Ik vind het een fantastische sector omdat het een sector is waar voor mijn gevoel alles in samenkomt. Innovatie is natuurlijk één van de hoekstenen van ons toekomstig verdienvermogen, maar ook hoe mensen hun leven ervaren, hoe mensen hun leven leiden komt uiteindelijk voor ene belangrijk deel neer op het onderwijs dat ze volgen. Dus om daar een rol in te kunnen spelen en zeker met dit nieuwe programma, met Beethoven, om daaraan te kunnen bouwen ja, dat is fantastisch.  
 
[Louis] Ja. We zijn de tijd voorbij dat een docent de koning van de klas was, maar dat stond wel synoniem voor het onderwijs is onaantastbaar. Maar het is toch ook maakbaar? 
 
[Joost] Jazeker. Ja, en het grappige is, ik ben ooit opgeleid tot planoloog en had bedacht: ik ga de ruimtelijk ordening in. Maar ik heb toch niet het geduld voor complete nieuwbouwtrajecten. En in het onderwijs, dat is in die zin een stuk maakbaarder. Kortere doorlooptijden, snellere mogelijkheden om dingen te veranderen. Dus ik ben heel blij dat ik in het onderwijs terecht ben gekomen, maar toch af en toe nog wel een uitstapje kan maken naar ruimtelijke ordening.  
 
[Louis] Ja, met Beethoven Zuid-Holland moet je ook echt een duw geven aan het onderwijs hè. Jonge mensen vooral leiden naar de techniek. Wat is het probleem?  
 
[Joost] Ja, eigenlijk is het probleem dat we voor ons toekomstig verdienvermogen vooral heel veel talent nodig hebben. Ik heb als stelregel dat techniek begint met technici. En als je echt wil groeien in ASML, maar ook alle toeleveranciers van ASML, de grote transities waar Doekle al aan refereerde, dan heb je daar mensen voor nodig op mbo-niveau, hbo-niveau, wo-niveau. En ik zie dus ook echt dit programma als de aanjager om dat talent te gaan opleiden. Niet alleen nu voor HSML en partners, maar juist daarmee ook een bredere beweging op gang te brengen want ik denk dat ons toekomstig verdienvermogen juist in Zuid-Holland heel erg samenhangt met dat opleiden van talent.  
 
[Louis] En dat zou dus bijvoorbeeld in Schiedam moeten gebeuren op de MICS. Heeft Schiedam, heeft de metropoolregio daarmee goud in handen? 
 
[Doekle] Absoluut. Ik ben inmiddels van overtuigd. Ik ben nu twee maanden betrokken bij de opdracht en ik heb met heel veel partijen inmiddels gesproken, vanuit het onderwijs, vanuit het bedrijfsleven. Het maakt eigenlijk niet uit welk verband dan ook maar, dus ik ben inmiddels veel partijen en personen tegengekomen. En ik merk dat iedereen ziet en voelt dat we een momentum te pakken hebben. Maar dat staat of valt bij het idee van samenwerking. En dat is denk ik wel een ingewikkeld thema in de regio want … 
 
[Joost] Ik zie het in je ogen. [lacht] 
 
[Doekle] [lacht] Misschien zie je dat in m’n ogen, maar als je kijkt naar bijvoorbeeld de regio Eindhoven. Daar heeft men de kunst verstaan in de afgelopen decennia om elkaar te vinden en dat heeft enorme impact gehad. Op het gebied van samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, tussen het bedrijfsleven onderling. Dat heeft een aantal parels opgeleverd. Joost verwees al even naar ASML. We kennen dat voorbeeld natuurlijk allemaal. Maar het gaat veel verder dan ASML. Daar is een ecosysteem ontstaan van natuurlijke samenwerking. En dat is hier nog niet vanzelfsprekend het geval. Dus ik ben ervan overtuigd dat deze regio goud in handen heeft, dat de regio veel potentie heeft om juist zich te verbinden aan die nieuwe thema’s die gaan komen. Maar dat staat of valt bij de gedachte dat alle betrokken partijen dan ook de neuzen dezelfde kant op gaan richten en elkaar gaan vinden in echte duurzame samenwerking. En ook het belang zien van die samenwerking en de kunst verstaan om te denken in termen van: samenwerken is het nieuwe concurreren. Dus het klassieke denken van ik tegenover de ander gaat het uiteindelijk niet worden. Als je de kunst verstaat om nu goed samen te werken met Beethoven, met al die andere actoren en te zeggen van: wij gaan dit nu doen dan ben ik ervan overtuigd dat hier in de komende jaren echt iets heel moois ontwikkeld kan worden. Maar nogmaals, het staat of valt bij de echte doorleefde bereidheid om dat ecosysteem tot ontwikkeling te laten komen.  
 
[Louis] Ja. Doekle haalt al even Brainport aan. Het is iets van de lange adem, maar kunnen wij ook zo’n krachtige campus ambiëren? Het hoeft niet hetzelfde te zijn, maar … 
 
[Joost] Ja. Sterker nog, ik denk dat we dat moeten. Brainport heeft er een waanzinnig profiel opgebouwd als innovatie ecosysteem, maar daar hebben ze wel 20 jaar de tijd voor genomen. En ik denk dat we in Zuid-Holland eigenlijk nog veel betere kaarten hebben om dat ook te kunnen doen. 
 
[Louis] Maakt dat eens hard. 
 
[Joost] Niet ten koste van Brainport, maar aanvullend op Brainport. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijsaanbod dat we hier hebben. Dat weten weinig mensen, maar 50% van alle technici die in Nederland worden opgeleid worden in Zuid-Holland opgeleid. Dus we hebben hier massa. De grootste technische universiteit van Nederland is de TU Delft. Die is niet iets groter dan TU Eindhoven, die is twee keer zo groot. En dat is maar één van de universiteiten in onze regio. Dus we hebben kwaliteit en ik denk dat als we de massa en de kwaliteit die we hier al hebben gebruiken voor een schaalsprong om te zeggen: we gaan met elkaar veel meer mensen opleiden omdat we dat nodig hebben voor onze groeiagenda. Als we daar ook de ruimtelijke vertaling voor maken, met campusontwikkeling, met het profileren van Zuid-Holland als eigenlijk één regionale campus ja, dan denk ik dat we er heel goed voorstaan.  
 
[Louis] Ja. Doekle hield een pleidooi voor samenwerking, dat is het nieuwe concurreren. Herken je dat en wie moeten dan samenwerken? 
 
[Joost] Ja, ik herken dat zeker. [lacht] Dat is ook in Zuid-Holland best wel een uitdaging want Doekle zei het al: we hebben hier ontzettend veel gemeentes, onderwijsinstellingen, samenwerkingsverbanden en het is best wel een uitdaging op een gegeven moment om in die kluwen van bestuurlijke structuren de juiste tafel te vinden om op samen te werken. En ik denk dat de MRDH daar een hele belangrijke rol in speelt om te laten zien dat we samen meer zijn dan de optelsom van de delen. En ik denk dat we door die samenwerking centraal te stellen ook veel meer kunnen bereiken dan we nu op tafel leggen. Dat begint voor mijn gevoel bij het uitspreken van de ambitie. Ik heb het idee dat we in Zuid-Holland en ook zeker in de omgeving Delft eigenlijk nog te bescheiden zijn. Het eerste wat Brainport heeft gedaan is zeggen: wij zijn zo ongeveer het centrum van de wereld. Twee week geleden heeft de TU Eindhoven gezegd: wij zijn de chips-universiteit van heel Europa. Dat is ambitie uitspreken en voor mijn gevoel zouden we dat in Zuid-Holland nog veel meer mogen doen. 
 
[Louis] Ja. Doekle? 
 
[Doekle] Ik kan er alleen nog maar bij aansluiten. Kijk, Joost kent de ontwikkelingen in de regio veel beter dan ik ‘m ken. Maar de afgelopen twee maanden is mij opgevallen dat deze of gene verrast is over het feit dat de MRDH mij de opdracht heeft gegeven om dit te gaan verkennen. En natuurlijk ben ik daar weer verbaasd over, maar eigenlijk vind ik het wel heel krachtig. Er zit het element van verrassing in, maar vooral het appel van 21 gemeenten die met elkaar samenwerken en mij daarmee ook legitimeren op een opdrachtgever om aan de slag te gaan. Dat is gewoon een heel krachtig statement. En ik denk dat de MRDH hier een hele belangrijke troef in handen heeft om uiteindelijk ook op een aantal plekken regie te nemen. Want, ik denk dat Joost en ik dat beide constateren, dat is heel veel. Er is veel versnippering en op het moment waarop je met een partij spreekt over datgene wat we nu aan het onderzoeken zijn dan zit je je af te vragen ja, wie is dat nu weer en wat doen die nu weer precies? Het is moeilijk om in die kluwen inderdaad de gemeenschappelijkheid te vinden. En ik denk dat MRDH die rol kan gaan vervullen, maar dan begint het ook wel, ik zou bijna willen zeggen, bij het idee dat dat ook een doorleefde motivatie moet zijn. En nogmaals, het is krachtig, dat mobiliteit nu verbonden wordt met de economische infrastructuur van de toekomst. En er is nog een element wat denk ik belangrijk is en dat hebben Joost en ik beide nog niet genoemd. Joost zegt: er moeten heel veel mensen opgeleid worden voor de banen voor de techniek van morgen. De enorme tekorten, dat zijn er tienduizenden, misschien wel honderdduizenden die we nodig hebben. Maar wat er ook heel belangrijk bij wordt is de zogenaamde LLO-agenda, de Leven Lange Ontwikkelagenda.  
 
[Joost] Ja, zeker. 
 
[Doekle] Dus heel veel mensen moten als het ware toegerust worden voor de skills, de vaardigheden, de ontwikkelingen van morgen en overmorgen. En stel je nu voor dat je zegt: ja, maar wij willen de motor worden van die LLO-agenda op het gebied van mechatronica in Schiedam, maar dat doen we niet in Schiedam, dat doen we eigenlijk in de regio. Ja, dan heb je een fantastisch verhaal, maar nogmaals, het begint wel bij het idee dat je het ook wilt, bestuurlijk wilt.    
 
[Louis] Een leven lang ontwikkelen, dat gaat niet vanzelf. Moet je daar ook het onderwijs anders op inrichten? 
 
[Joost] Ja, en dat is best wel een zoektocht. Toen ik vijftien jaar geleden bij het ministerie van Onderwijs begon was al de boodschap: LLO, dat gaat ‘m echt nu worden. Daar gaan we nu echt het verschil in maken. En vijftien jaar later hebben we eigenlijk nog steeds datzelfde vraagstuk op tafel liggen en voor mijn gevoel komt dat heel erg, maar dat is misschien ook mijn bril, doordat ons onderwijsstelsel niet goed is ingericht op leven lang ontwikkelen. Wij hebben een cultuur en een infrastructuur van onderwijsinstellingen die zich allemaal richten op de reguliere student. Op die 16-/17-jarige die van de middelbare school afkomt en die in de collegebanken toewerkt naar een diploma. Terwijl het bij LLO gaat om mensen die al werkervaring hebben, die al een baan ernaast hebben vaak en die dus een heel ander type onderwijs nodig hebben. We zijn er tot nu toe onvoldoende in geslaagd om ons onderwijs daar echt op in te richten. Hele kleine dingen, dat als je al vijftien jaar werkt dan ga je niet in een klaslokaal zitten waar de gemiddelde student zich comfortabel in voelt. Dan heb je andere momenten in de week waarop je dat onderwijs kan vullen. Heb je ook geen behoefte aan een volledige bachelor van vier jaar. Dus je moet in hoe je dat onderwijs vormgeeft eigenlijk heel anders te werk gaan. 
 
[Louis] Dat vraagt dus om een stelselwijziging? 
 
[Joost] Ja, wat mij betreft wel. Gelukkig zie je nu ook de discussie ontstaan over leven lang ontwikkelen als wettelijke taak voor het onderwijs. 
 
[Doekle] Ja, precies. Ja. 
 
[Joost] Dat gaat echt heel erg veel schelen in mijn ogen. 
 
[Doekle] Ja. 
 
[Joost] Maar daar moet natuurlijk ook de financiering bijkomen. En ik vind het heel mooi dat ze daar vanuit Beethoven in ieder geval een stukje in kunnen doen. We hebben komend jaar 1.8 miljoen euro om technisch LLO te gaan aanbieden, maar dat is een druppel op de gloeiende plaat want Doekle refereerde al even aan de opgave die er voor ons ligt. We hebben 2,5 miljoen mensen hier wonen, eigenlijk moeten die allemaal aan het LLO.  
 
[Doekle] Ja. En hoe mooi zou het dan zijn als je dit op je in laat werken, dus de uitdaging is gewoon heel erg groot. Maar hoe mooi zou het nu zijn als je met elkaar in staat zou zijn om op één van die thema’s, waar de MRDH dat besluit op heeft genomen in juli, als ik het goed heb. Als je daar zou kunnen zeggen van: dat wordt de hotspot van Nederland op het gebied van mechatronica. Waar een ecosysteem is, een samenwerkingsverband is van bedrijfsleven en van onderwijs. Mbo, hbo, wo geïntegreerd met het bedrijfsleven, samenwerkend. Ook fysiek, LLO -voorzieningen kan aanbieden. Maar waarbij je ook de studenten vanuit die verschillende groepen met elkaar kunnen samenwerken, samen met het bedrijfsleven kunnen innoveren, onderzoeksopgaven krijgen en noem ze maar op. Dus eigenlijk nadenken over de vraag van ja, hoe kun je hier onderscheidend zijn ten opzichte van het gemiddelde? En hoe kun je daarmee een lift geven aan de Leven Lang Ontwikkelagenda, maar eigenlijk precies het beeld schetst waar Joost naar verwijst, dat het een enorme boost kan zijn voor de regio. Dus hoe mooi zou het kunnen zijn als je dat ontwikkelt in de zin van we creëren hier de hotspot voor de mechatronica en dat doen we met z’n allen. En we hebben nu een kans om dat te verzilveren want die ’s-Gravelandsepolder is toch erg interessant. Ik dacht van ja, weet je, hoe krijg je nu al die bedrijven als het ware in deze agenda? Het zit op erfpacht, dus je hebt ook een mogelijkheid om het naar realisatie te brengen en dat is nu al het geval. Ik weet toevallig dat Joost daar ook al volop bij betrokken is. 
 
[Louis] Ja? 
 
[Joost] Ja. Ja, het is misschien wel leuk. Voor mijn gevoel ligt de toekomst van Zuid-Holland echt in de kenniseconomie. Dus niet in de primaire grondstoffen, niet in de vertaalslag naar de maakindustrie, maar vooral in die hoogwaardige kenniseconomie. Dat begint met veel meer mensen opleiden en dat vraagt ruimte. Wat we de afgelopen jaren zien is dat die ruimte in de grote studentensteden beperkt is. In Rotterdam, in Delft, in Den Haag, in Leiden, de ruimte om daar fors meer mensen te kunnen opleiden is beperkt. Ik denk dat Schiedam met de ligging tussen Rotterdam en Delft in, een paar minuten per trein, waanzinnige kansen biedt om die ruimte te bieden. 
 
[Doekle] Fietsafstand.  
 
[Joost] Om [0:16:29 onverstaanbaar, praten door elkaar] te kunnen opschalen. 
 
[Louis] Je bedoelt echt fysieke ruimte? 
 
[Joost] Ja ja, een fysieke ruimte, maar ook wel momentum. Doekle noemt terecht al dat MICS ook een beweging laat zien waarbij we met elkaar zeggen: we willen hierin investeren. Het is niet alleen de gemeente Schiedam nee, Doekle heeft een opdracht van alle 21 gemeentes van de MRDH. Dat laat voor mij heel mooi zien dat het meer is dan een gebiedsontwikkeling. Nee, het is een beweging naar een regionale campus.  
 
[Doekle] Ja. 
 
[Louis] En Doekle haalde het in het begin al aan: voor mij was de MRDH van de mobiliteit en goed dat nu ook die economie daarbij gepakt wordt. Als we het dan hebben over MICS, hoe belangrijk is het dat het aan het traject van de Oude Lijn ligt? Het ligt naast het station. 
 
[Doekle] Ja. Nou, ik ben ervan overtuigd dat mobiliteit in dat opzicht ook weer key is. Ik sprak een poosje geleden met een bestuurder vanuit het onderwijs, een mbo. Die zei: als je niet in staat bent om een echt optimale infrastructuur te bieden voor de student, dat zal ook gelden voor de LLO-student om het zo maar even uit te drukken, dan kun je het vergeten. Dus infrastructuur is misschien wel de sleutel en de ruggengraat voor de ontwikkeling van het ecosysteem. Daar wordt volop over nagedacht. Er is nog een punt Louis, wat mij ook even te binnen schoot waarvan ik initieel dacht van goh, is dat nu wel een harde casus? En dat is het idee om op en bij de locatie studentenhuisvesting te organiseren. In totaal 800 wooneenheden. Toen dacht ik wow, dat is wel heel gaaf want de gemeente Delft zit te springen om uitbreiding studentenhuisvesting want ze kunnen studenten helemaal niet kwijt. 800 is echt volume. Wat blijkt nu? We hebben zelfs een soort afspraak die al een paar jaar geleden is gemaakt tussen de gemeente Delft en de gemeente Schiedam om dit ook tot ontwikkeling te laten komen. Niemand weet het volgens mij, maar dat is wel interessant. Dus er liggen als het ware al afspraken die, als we het goed doen, ingekopt kunnen worden om dit nu ook werkelijk met elkaar van de grond te komen. Maar hoe je het wendt of keert, terug naar jouw vraag van hoe belangrijk is openbaar vervoer en de infrastructuur? Volgens mij is dat de sleutel. Volgens mij wordt daar ook al heel goed over nagedacht.  
 
[Louis] Ontwikkelend in samenhang met de ontwikkeling van de economie? 
 
[Doekle] Ja. En het interessante vind ik, is dat als je het hebt over de ontwikkeling van dit gebied dan is het niet in alle opzichten in beton gegoten, maar het is juist, ik zeg het even deftig, het is bijna een soort interactief proces. Er wordt echt gezegd: laten we nu in samenwerking met het onderwijs, maar ook met het bedrijfsleven en alle partijen die hier een rol in kunnen vervullen, ook in het publieke domein, nadenken over de vraag: hoe willen wij dat ecosysteem nu tot ontwikkeling laten komen? En als we dat goed doen en ook de bereidheid hebben om het werkelijk met elkaar te doen dan denk ik dat dit heel kans~ … Het is niet voor niks dat Beethoven zegt: wij zijn hierin geïnteresseerd. 
 
[Joost] Ja. Ja, en ook leuk dat je studentenhuisvesting noemt want dat is voor mijn gevoel echt nog één van de breekijzers die we onvoldoende gebruiken in die campusontwikkeling. Ik weet niet of jullie weten wat de gemiddelde woonlasten zijn van studenten in deze regio? 
 
[Doekle] Nee. 
 
[Louis] Nee. 
 
[Joost] Ruim 600 euro per maand. En als je kijkt naar de verhouding woonlasten ten opzichte van het inkomen dan is de zogenaamde woonquote van studenten 46%. Dus bijna de helft van je inkomen gaat naar je kamerhuur. Een Nederlands gemiddelde van de woonquote is 23%. Dus studenten zijn naar verhouding twee keer zoveel geld kwijt aan huur om hier te kunnen wonen.  
 
[Louis] Als ze al iets vinden. 
 
[Joost] Ja, als ze al iets vinden. Dus voor mijn gevoel is studentenhuisvesting ook echt één van de grote oplossingsrichtingen om die groei te kunnen realiseren, om campusontwikkeling te kunnen realiseren. Ik ben ontzettend blij dat we ook vanuit Beethoven dit verder kunnen brengen door te kijken naar een regionale agenda op studentenhuisvesting. Dus hoe kun je nu de vraag van studenten die in Delft, in Rotterdam willen studeren koppelen aan de nieuwbouwplannen in bijvoorbeeld Schiedam om op die manier over gemeentes heen stappen te zetten op studentenhuisvesting. Daar doen we volgens mij echt nog veel te weinig aan want dat heeft een gigantische invloed op de studenten die hier al wonen en op kamers willen. Dus echt onze lokale jongeren die graag op kamers willen, maar ook op de aantrekkingskracht die je kan hebben op internationaal talent. Dus volgens mij moeten we op studentenhuisvesting echt nog veel meer gaan doen.  
 
[Louis] Ja. We, maar ik pak ‘m ook weer even terug naar metropool regio Rotterdam Den Haag. Geen bouwer. Waar moet het aanjagen van die 21 gemeenten zitten? Welke rol moeten ze pakken?  
 
[Joost] Ja, dat zit volgens mij in het met elkaar erkennen dat studentenhuisvesting een randvoorwaarde is voor de toekomst van de MRDH. Dat dat één van de bepalende factoren is om je visie op het economisch vestigingsklimaat te kunnen realiseren. Als je echt wil groeien in die regio’s, als je dat talent wil aantrekken, dan moet je nu ook stappen zetten in al die 21 gemeenten om die studenten te kunnen huisvesten. En in de huidige concepten van de visie komt het woord studentenhuisvesting niet terug. Er is nu een campusvisie in de maak, daar staat volgens mij één keer het woord studentenhuisvesting in terwijl dit echt één van de breekijzers is als je die campus wil ontwikkelen. Dus hier mag echt nog wel veel meer aandacht voor. 
 
[Louis] Fijn dat je dat doet want we maken deze podcast primair voor raadsleden die in een zienswijzenprocedure zitten voor die visie op economisch vestigingsklimaat van 21 gemeenten. Wat zou je ze nog meer mee willen geven?  
 
[Joost] Ja, eigenlijk dat het geen zero sum hoeft te zijn.  
 
[Louis] Wat is dat? 
 
[Joost] Extra kamers voor studenten hoeft niet ten koste te gaan van kamers voor statushouders of voor starters, het kan en-en. Ook met beperkte ruimte door slim te kijken waar je die woningen realiseert. Het is misschien een beetje flauw, maar door uit de verkokering te komen. Studentenhuisvesting is bij uitstek het thema wat tussen onderwijs, economie en wonen in ligt. En eigenlijk altijd zegen de dossierhouders: daar gaan we niet over. Ik zou dus de raadsleden en ook de andere collega’s die aan het economisch vestigingsklimaat werken willen oproepen om echt met elkaar te kijken hoe kun je nu vanuit onderwijs en vanuit economie en vanuit ruimte samen een ambitieuze aanpak op studentenhuisvesting neerleggen? Daar heeft uiteindelijk de campus in Schiedam, maar ook elke andere campus in Zuid-Holland, heel veel baat bij.  
 
[Louis] Doekle Terpstra? 
 
[Doekle] Ja, er kan wat mij betreft alleen maar een dikke streep onder in de zin van: zo zou het eigenlijk moeten. Joost gebruikt ook het woord verkokering. Kijk, het is een podcast voor de raadsleden. Ik hoop uiteraard dat zij daar goed naar luisteren en dat ze ook de mogelijkheden op het netvlies proberen te krijgen. En dat het dus gaat om een regionale agenda. Ik heb in de afgelopen weken ook van deze en gene gehoord van ja, waarom Schiedam? Ik zou eigenlijk mee willen geven aan degene die die vraag stelt van probeer nu even los te komen van het idee dat het Schiedam is. Het gaat niet om Schiedam. Schiedam is niet het doel, het is een plek, een middel, een voertuig om uiteindelijk de regionale belangen te dienen. En hier dient zich nu een omstandigheid aan waar we optimaal gebruik van kunnen maken, we hebben een faciliteit te pakken die uiteindelijk in het belang kan zijn van Zoetermeer, van Den Haag, van Rotterdam, welke gemeente zit daar van de 21, Delft uiteraard. Als we dat goed doen dan dient Schiedam de totale integrale regio. Dus ik zou iedereen die denkt in termen van Schiedam willen oproepen om vooral het woord Schiedam even te duiden als een middel om uiteindelijk een groter doel te dienen.  
 
[Louis] Een schakel in de ketting die metropoolregio heet. 
 
[Doekle] Het is een schakel in de ketting. En er gebeuren ook op andere plekken hele mooie dingen in de 21 gemeenten. Laat dat gewoon tot wasdom komen. Hier heb je een mogelijkheid die zich nu aandient waar politieke besluitvorming over heeft plaatsgevonden en die je nu kunt gebruiken om de regio te verheffen.  
 
[Louis] Ja. 
 
[Joost] Ja, ik denk die regionale visie is inderdaad echt cruciaal. Het grappige is, ik heb vandaag vier afspraken gehad in vier verschillende gemeentes, in Zoetermeer, Schiedam, Delft en Den Haag. Dat past allemaal in één werkdag want het zit allemaal bij elkaar om de hoek. Dus we moeten inderdaad voorbij de gemeentegrens kijken en veel meer het als één regio gaan zien. 
 
[Louis] Ja. Dat is een mentaal ding, denk ik ook hè. Kijk, je hebt Rotterdam en Den Haag. 
 
[Doekle] Ja. [lacht] 
 
[Louis] Je hebt Eindhoven, staat op zich en daar hangt veel omheen. Je hebt Amsterdam, daar hangt veel … 
 
[Doekle] Eindhoven en Veldhoven. [lacht] 
 
[Joost] Ja. [lacht] 
 
[Louis] Nee, maar serieus. Het verhoudt zich wat anders tot elkaar in de metropoolregio dan de Brainport en dan de metropool in Amsterdam. 
 
[Doekle] Ik vind dat een hele klassieke manier van kijken. Ik heb al die metafoor gebruikt van ik geloof er helemaal niet meer in, samenwerken is wat mij betreft echt het nieuwe concurreren. Daar zit uiteindelijk de winst en de toegevoegde waarde. En als je kijkt naar de regio Eindhoven dan heeft dat voor al die betrokken gemeentes een enorme opbrengst gegenereerd. Om het maar even deftig te zeggen: daar zit een enorme multiplier in opgesloten. Dus op het moment dat ook deze regio de kunst verstaat om het vanuit dat perspectief bij de kop te pakken dan ben ik er ook van overtuigd dat die klassieke concurrentie tussen die grote steden van Den Haag, Rotterdam, waar de belangen misschien ook nog wel verschillend kunnen liggen op een aantal thema’s, maar dat het in zekere zin ook de kans met zich meebrengt om dat in economische zin wat te laten eroderen. Ik was afgelopen weekend toevallig in de stad Berlijn en wat mij intrigeerde was dat de stad Berlijn eigenlijk bestaat uit een aantal hele grote deelgemeenten. Je kunt spreken over een gebied als Kreuzberg, dat is een bekende regio. Dat is een agglomeraat van ik weet niet hoeveel kilometer bij hoeveel kilometer met hoeveel honderdduizenden inwoners. En daar zitten omheen een aantal andere regio’s en dat samen vormt de stad Berlijn. Nou denk ik niet dat wij hier een nieuwe stad kunnen gaan creëren, maar ik vind het wel een mooie oefening om na te denken over de vraag van wat kunnen we nu met elkaar samen op economisch gebied bereiken? 
 
[Louis] En wat kunnen we samen voor elkaar krijgen, dat zijn 2.000 mensen, jonge mensen, die je toe leidt naar de techniek via Joost van der Veen het programma Beethoven Zuid-Holland? Wat is dan het eerste wat die 21 gemeenten moeten doen om dat te realiseren? 
 
[Joost] Ja, het grappige is 2.000 mensen opleiden klinkt groot en we hebben een budget van 43 miljoen euro. Dat klinkt ook als een hoop geld en tegelijkertijd hebben we in onze regio alleen al 100.000 wo-studenten. We hebben ook zo’n 100.000 hbo-studenten. We hebben ook ik denk wel zo’n 100.000 mbo-studenten. Dus op zo’n massa is 2.000 extra technici heel erg te overzien dus ik heb er heel erg veel vertrouwen in dat we dat wel gaan redden. Maar ook dat we nog meer kunnen doen dan dat. Ik zou dus ook de gemeenten in de MRDH willen oproepen: kom met wat meer ambitie want vanuit ons gaan we die 2.000 technici met de hulp van alle partners echt wel opleiden. Maar er is nog zoveel meer mogelijk. [Outro klassieke muziek] Dus er mag wat mij betreft wel wat meer chilipeper in.    
   
[Louis] Joost van der Veen, directeur van Beethoven Zuid-Holland en Doekle Terpstra, bestuurlijk verkenner van de MICS: dank jullie wel.  
 
[Doekle] Met genoegen. 
 
[Joost] Dank je wel.