Martijn van der Steen, bestuurslid Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ik vind dat er veel te veel geklaagd wordt over de legitimiteit van regionale samenwerkingen.

Meerwaarde regionale samenwerking ondanks tegengestelde belangen

Martijn van der Steen werkt sinds 2002 bij de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur, sinds dit jaar ook als lid van het bestuur. Daarnaast is hij o.a. bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.  Van der Steens specialisme is overheidssturing in netwerken en de vernieuwing van het overheidsbestuur. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is een netwerkorganisatie die op 19 december 2024 op de kop af, tien jaar bestaat. Een mooi moment om Martijn van der Steen de vraag voor te leggen: Doen we de goeie dingen en doen we de goeie dingen goed.

Van der Steen: “Ik ben een verstokt autorijder maar de Hoekse Lijn heeft me als inwoner van Vlaardingen veel gebracht. Mijn dochters zitten in Rotterdam op school. Met tien minuten zijn ze er dankzij de Hoekse Lijn. Die metroverbinding lijkt een vanzelfsprekendheid maar het is resultaat van regionale samenwerking. Dat hoef je niet nadrukkelijk te communiceren maar het is wel belangrijk dat gemeenteraden dat beseffen en uitdragen.  

Valt het tegen en sneuvelen buslijnen dan wordt al snel naar de MRDH gekeken. Je hebt natuurlijk met ongelijkheid te maken. Als mijn dochter na het uitgaan in Rotterdam terug naar huis in Vlaardingen wil, dan kan dat. Voor jongeren uit het Westland is dat een stuk lastiger. De koek is groter geworden door de samenwerking in de Metropoolregio maar hij moet wel worden verdeeld. Dan houd je tegengestelde belangen en daar heb je goed mee om te gaan. Ik vind het knap dat na tien jaar, hoewel je met heel verschillende gemeenten te maken hebt, iedereen toch beseft; hier kom ik per saldo toch beter uit. Dus ga er mee door”. 

Als de MRDH er niet geweest was waren we in een schraal openbaar vervoer landschap terecht gekomen

“Toen de MRDH begon was het een nieuwe manier van regionale samenwerking. Maar de tijd heeft je wat dat betreft toch een beetje ingehaald door samenwerkingen die veel verder gaan. Je zou kunnen overwegen om meer als ‘valley’ te gaan functioneren. Dan breid je de samenwerking uit met bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Daar zitten dan qua governance wel ingewikkeldheden aan vast omdat je publieke middelen besteedt. Neem het shirt van PSV. Daar staat Brainport Eindhoven op. Dat is dus deels met publieke middelen betaald. Bij de Brainport zullen ze erop wijzen dat het volgens de procedures gaat en dat er een board is die controleert. Maar vanuit publiek perspectief kun je je vraagtekens zetten of dat publiek geld goed is besteed. Van de andere kant moet je constateren dat de Brainport Eindhoven extreem succesvol is”.  

De MRDH is nu toch vooral vervoersautoriteit met wat dingen erbij. Je zou kunnen overwegen meer opgaven samen op te pakken. Als de MRDH er niet geweest was waren we in een schraal openbaar vervoer landschap terecht gekomen. Dan had je het stuur uit handen gegeven aan de provincie. 

Ik vind dat er veel te veel geklaagd wordt over de legitimiteit van regionale samenwerkingen

De Metropoolregio is in dit gebied een logischer schaal dan de provincie als het gaat over het openbaar vervoer. Als je niet de bestuurslaag maar de maatschappelijke opgave centraal stelt kom je daar voor deze regio op uit. Het is een samenhangend gebied. Ook daarom belangrijk dat je de verantwoordelijkheid voor het OV  dicht bij de gemeenten houdt. De Provincie staat toch iets meer op afstand. Het gaat er wel om dat je in een regionale samenwerking elkaar iets gunt. Dat betekent dat je andere gemeenten ruimte moet geven en niet voortdurend bezig bent hoe je zelf het maximale uit de samenwerking haalt.” 

“Mijn boodschap is: praten over regionale samenwerking in algemene zin heeft niet zoveel zin. Redeneer vanuit de maatschappelijke opgave: hier willen wij aan gaan werken. En wie hebben we daar dan voor nodig? De economie vernieuwen als ambitie? Dat is te algemeen. Als je een klein beetje resultaat hebt, is het al een succes. Maar wil je het echt doen en groots aanpakken dan heb je een ander gesprek met elkaar. En dat gesprek zou je na tien jaar met elkaar moeten voeren.  

Gemeenteraden moeten meer in zichzelf investeren

Ik vind dat er veel te veel geklaagd wordt over de legitimiteit van regionale samenwerkingen. Vanuit de hoek van het staatsrecht wordt het dan heel fundamenteel gemaakt terwijl het over iets anders gaat: ondersteuning. Er wordt geklaagd over de hoeveelheid samenwerkingen. Soms zijn het er wel zijn er wel 20 of 30.  Maar dat is een schaalprobleem. Dan moet je er meer tijd in steken.  Ik vind gemeenten vaak slordig in het regelen van de eigen ondersteuning. Dan verliezen gemeenten het oog op de bal omdat ze het gewoon niet meer aan kunnen. Maar ik vind het in ieder geval voor een deel een door hen zelf veroorzaakt probleem. Ze hebben gesneden in eigen vlees door dat ze de fractieondersteuning hebben teruggedrongen, de griffie aan het afschalen zijn en niet met het bestuur hebben afgesproken de zaken goed te regelen. Je moet als raad afspraken maken met je bestuurder hoe je de regionale samenwerking regelt. Steek er meer tijd in. Regel het. Ik vind dat gemeenteraden meer in zichzelf moeten investeren. “ 

 

Van het hele gesprek met Martijn van der Steen tijdens het Metropoolcafé op 12 maart 2024 is ook een podcast gemaakt. Luister de podcast hier.