Vergunningen: algemene informatie

Naar overzicht

Sinds 1 december 2015 is de nieuwe Wet lokaal spoor (Wls) van kracht. De wetgever heeft de tram- en metrosporen en ook de sporen van RandstadRail als lokaal spoor aangewezen. De Wet regelt dat de Vervoersautoriteit van de MRDH eindverantwoordelijk is voor de aanleg, het beheer en de veiligheid van trams, metro’s en RandstadRail. De MRDH werkt daarbij nauw samen met de beheerder van het lokaal spoor, in het Haaglandse deel van de MRDH is dat de HTM en in het Rotterdamse deel de RET.

De Wet lokaal spoor is ingevoerd vanwege veroudering van de voorgaande wetten (bijvoorbeeld de Lokaalspoor- en Tramwegwet uit 1900) en vervangt allerlei aanvullende wetten en normen (zoals het Metroreglement- of het Normdocument veiligheid Lightrail).

Zaken die de veiligheid van het lokaal spoor in gevaar brengen moeten worden vermeden. Daarom heeft de wetgever aan de MRDH een aantal bevoegdheden gegeven om de veiligheid te waarborgen. Eén daarvan gaat over de werkzaamheden of het plaatsen van zaken, rond de lokale spoorweg (trambaan, metrobaan of baan van RandstadRail). Daarvoor is in sommige gevallen een vergunning van de MRDH noodzakelijk en in andere gevallen toestemming van de beheerder van de sporen (HTM of RET). Meer informatie artikel 12.

Daarnaast verleent de MRDH  aan de vervoerders vergunningen voor de indienststelling van spoorweginfrastructuur en spoorvoertuig. Meer informatie Verleende vergunningen

Voor de indienstelling van railwerkvoertuigen heeft de MRDH beleidsregels opgesteld, zie hiervoor “Beleidsregels railwerkvoertuig 2016”

N.B. De vergunning voor werkzaamheden in de omgeving van het spoor staat los van het feit dat er in vele gevallen óók een omgevingsvergunning nodig is van de gemeente. Kijk hiervoor op de website van de betreffende gemeente.