Bij I-EM Delft geloven we dat een schone duurzame wereld ontstaat tussen mensen

Campus- ontwikkeling

Werken aan een duurzame wereld bij I-EM Delft

De praktijk heeft grote behoefte aan monteurs die bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen plaatsen, een warmtepomp kunnen installeren of een waterstofmotor aan de praat krijgen. Studenten en vakmensen leren dat in de Delftse campus I-EM. Zo gaan teams van mbo-studenten onder begeleiding van hbo-studenten aan de slag met concrete bedrijfsopdrachten. “Als docent kun je denken dat je alles kunt, maar studenten leren pas écht veel als ze begeleid worden door andere studenten.”

Campussen dragen bij aan een betere aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Ze zorgen dus ook voor een sterkere regionale economie en een beter vestigingsklimaat. Daarom investeert de MRDH in regionale campussen die onderwijs, ondernemers en overheid samenbrengen, en dan met name in sectoren en thema’s die cruciaal zijn voor de regio. Bijvoorbeeld de energietransitie.

De energietransitie is broodnodig, daarvan is iedereen overtuigd. Welke alternatieven er zijn voor gas en olie, is ook bekend. Maar daarmee is die transitie nog geen feit. Want bijvoorbeeld: hoe bouw je een auto om, zodat-ie rijdt op waterstof of elektriciteit? En dat zijn precies de vragen waarmee de Delftse campus I-EM Delft zich bezighoudt. Zo bouwden mbo- en hbo-studenten afgelopen jaar een Jaguar S om tot een elektrische auto, die bovendien is goedgekeurd door de RDW.

“Bij I-EM Delft geloven we dat een schone duurzame wereld ontstaat tussen mensen”, zo staat op de website. “Wij geloven in denkers die realistisch doen en doeners die resultaat gericht denken. En wij zijn ervan overtuigd dat oplossingen ontstaan op het snijvlak van onderwijs, bedrijfsleven en overheid.”

Dat doet I-EM Delft (voluit: Innovatiecentrum Energie & Mobiliteit) onder meer door studenten van verschillende onderwijsinstellingen en -niveaus samen actief aan de slag te laten gaan. En het gaat daarbij niet alleen om het toepassen en verbreden van hun technische kennis, vertelt initiatiefnemer/directeur Martin Seiffers. “Bij ons leren ze ook onder meer samenwerken, documenteren en presenteren.”

Bart Hoekendijk, docent autotechniek bij MBO Rijnland: “Of ik enthousiast ben? Ik ben zelfs ongelooflijk enthousiast! Want stel: ik wil studenten alles leren over aandrijving. Daarvoor bestaan veel lesmethodes en boeken, en daar kan ik tien weken mee vooruit. Maar of de studenten dat na een kwartier nog boeit? Bij I-EM werken studenten écht samen, en daardoor leren ze veel meer.”

Focus op energietransitie

Bedrijfseconoom Martin Seiffers is niet alleen directeur van de campus I-EM Delft; hij runt met zijn broer John ook het bedrijf Accenda, dat bedrijven en overheden helpt met technische innovaties. Accenda was nauw betrokken bij het HighTechCentreDelft, dat technisch onderwijs en het bedrijfsleven aan elkaar koppelde.

Seiffers: “Toen HighTechCentreDelft startte kregen we de vraag die activiteiten op te pakken. We hebben daarover getwijfeld: we zijn immers een ontwikkelbedrijf, geen echte opleider. Maar we hebben besloten het toch te doen, op voorwaarde dat de focus op de energietransitie zou liggen.”

Elektrische HY-bus van Citroën

In de drie jaar dat I-EM Delft bestaat hebben studenten een mooie rij opdrachten uitgevoerd, zoals het maken van een communicatiesysteem voor een Tesla-batterij en het ombouwen van een ‘gewone’ bus tot een rijdend Fieldlab op waterstof: de H2Onderwijs & Demo Bus. Daarvoor biedt de campus stages aan voor mbo- en hbo-studenten. Seiffers: “Opdrachten die we binnenkrijgen van bedrijven knippen we op in kleine stukjes en we leggen ze neer bij studenten.”

Die studenten komen onder meer van de opleidingen Automotive en Werktuigbouwkunde van de Hogeschool Rotterdam (HR). Constant Staal, Regisseur Logistics & Mobility van het RDM Centre of Expertise van de HR: “De samenwerking begon met een paar stageplaatsen en met een eerste project: de elektrificatie van een Citroën HY-bus. Dat beviel goed. Sindsdien hebben we onze samenwerking uitgebreid.”

De kracht van de regio

De hbo-studenten van HR werken in I-EM Delft dus samen met bijvoorbeeld mbo-studenten van andere instellingen en met TU Delft-studenten. Staal: “De samenwerking met mbo doen we al van oudsher. Zo bieden we voor 5 ROC’s een keuzedeel mbo/hbo aan voor het mbo-onderwijs: studenten besteden dan 240 uur aan hbo-thema’s.” En niet te vergeten: HR heeft in Rotterdam een eigen campus op het RDM-terrein. Staal: “Elke campus heeft zijn eigen kracht. Zo zit I-Em dicht bij de TU en bij Accenda. Dat is dus de couleur locale, en de kracht van de regio.”

Ook vanuit het mbo bevalt de samenwerking met hbo goed. Bart Hoekendijk van MBO Rijnland: “Als docent kun je denken dat je alles kunt, maar studenten leren pas écht veel als ze begeleid worden door andere studenten. Dat is echt een waardevolle toevoeging.”

student met docent aan het werk in campus I en EM

Studenten én docenten leren in de praktijk. Foto: Photographic Services, Shell International Limited.

‘Branche academy’

Maar I-EM Delft richt zich alleen op studenten. Zo verzorgt het workshops en modules over de energietransitie in het kader van Leven Lang Ontwikkelen. Daarvoor vraagt Seiffers binnen zijn netwerk aan welke kennis behoefte is. “We willen de kennis transparant op één plek hebben, en niet wat kennis over de schutting gooien.”

Daarvoor werkt I-EM onder meer samen met opleidingsbedrijf Technicom. Opleidingsadviseur Eva Lowinsky van Technicom: “Samen met I-EM en Fynly (een innovatiebureau) hebben we een SLIM-subsidie aangevraagd en toegekend gekregen voor een ‘branche academy’. We willen mensen uit de praktijk nieuwe vaardigheden bijbrengen. Er wordt immers steeds meer gevraagd van bijvoorbeeld monteurs, en de ontwikkelingen binnen de energietransitie staan niet stil.”

Zomer 2022 start een pilot. Daarna volgen opleidingen over onderwerpen als elektrotechniek, warmtepompen, zonnepanelen, laadpalen en IT. De opleidingen zijn online, maar in I-EM vinden praktijkbijeenkomsten plaats. Het volledige aanbod is te vinden op www.i-emdelftcampus.nl.

Versterken maakindustrie

Daarmee draagt I-EM Delft bij aan een van de uitdagingen van de gemeente Delft: een flinke steen bijdragen aan de energietransitie. Beleidsmedewerker Jacqueline Nees van de gemeente Delft: “De energietransitie is één van de grote maatschappelijke uitdagingen van dit moment. Ook gemeente Delft is hier zeer actief mee aan de slag. We zijn bezig met Delft op de kaart te zetten als dé stad van innovatie en technologie: in Delft werken we aan de producten en skills van de toekomst.”

Om de maakindustrie in de stad te versterken is samenwerking van onderwijs op alle niveaus met het bedrijfsleven van belang, aldus Nees. “Dit vraagt dat opleidingen actueel blijven, werknemers worden bijgeschoold en instromers worden omgeschoold. I-EM Delft speelt in op deze drie richtingen en is daarmee van grote waarde om de doelen van de energietransitie te halen.”

De volgende stap

I-EM is dus nog jong. En snel na de start kwam de coronacrisis. Staal: “Toen bleek hoe belangrijk zo’n campus is. Dat is een plek waar je elkaar ontmoet, waar je samenwerkt, resultaten deelt, fouten maakt en samen verder komt.”

Dat kan nu weer. Dat betekent dat het weer druk is bij de campus in Delft, vertelt Seiffers. Zo druk, dat hij op zoek is naar vrijwilligers om studenten bij te staan. Daardoor ontstaat meer tijd om andere zaken op te pakken, zoals de kennisborging. Seiffers: “Onze ambitie is de kennis die wordt opgedaan binnen de campus bij de docenten neer te leggen. Immers, studenten stromen door. Dat is wel een zoektocht. Want hoe pas je die kennis in het curriculum?”

Ook de partners hebben ambities. Staal: “De volgende stap in de samenwerking is een multidisciplinaire aanpak, zowel binnen opleidingen als binnen de bedrijfskolom. Zo zorg je voor een sneeuwbaleffect.” Hoekendijk: “Ook wij zouden graag nóg breder samenwerken. Een voorbeeld daarvan zijn de workshops over waterstof die I-EM sinds kort verzorgt op onze opleiding.”

En I-EM moet langzaamaan steeds meer los komen te staan van het bedrijf van de broers Seiffers. Zo komen vooralsnog de meeste bedrijfsopdrachten uit het netwerk van Accenda. Martin Seiffers: “I-EM Delft mag niet gezien worden als een speeltje van Accenda. Daarom hebben we een Raad van Toezicht en een Raad van Advies. En sinds vorig jaar zijn we ook een MRDH-campus. Aan onze manier van werken heeft dat niets veranderd: we doen wat we al deden. Maar het stelt ons wel in staat vooruit te kijken.”

Foto: Photographic Services, Shell International Limited

Versnelling regionale campussen

De Metropoolregio Rotterdam Den Haag versnelt de vorming van regionale campussen door cofinanciering en draagt daarmee bij aan een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Daarnaast is er het regionaal campusnetwerk waarin gemeenten en onderwijsinstellingen kennis en ervaringen delen en samenwerken met het bedrijfsleven. De MRDH investeerde al in 12 mbo- en hbo-campusprojecten.