OV en corona

Project

Goed OV voor reizigers van nu en later

De coronacrisis had grote impact op het gebruik van het openbaar vervoer in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Nu de coronacrisis zo goed als voorbij is, stijgen de reizigersaantallen weer. Toch zullen de gevolgen van de coronamaatregelen nog lange tijd merkbaar zijn: reizigers, vooral forenzen en toeristen, hebben hun reisgedrag structureel aangepast. Dat zorgt ervoor dat vervoerbedrijven en MRDH een forse financiële opgave hebben én houden. Het regionale Transitieprogramma OV en corona zorgt ervoor dat de reiziger hier zo min mogelijk van merkt en dat het openbaar vervoer goed wordt voorbereid op de toekomst.

OV tijdens en na corona

Voordat corona ons overviel stond het openbaar vervoer er uitstekend voor. Steeds meer mensen in onze regio namen de bus, tram of metro. De vervoersbedrijven kregen ook veel waardering van de reizigers. Toch is nóg beter OV mogelijk en wenselijk. Het aantal mensen dat naar de steden trekt neemt toe  en zij willen allemaal snel en comfortabel kunnen reizen. Daarnaast pleiten we voor schoner en duurzamer vervoer én goede OV-verbindingen tussen woning en werk. Want ook dat draagt bij aan een sterkere economie. Dit zijn allemaal heel belangrijke zaken: de coronacrisis heeft daar de afgelopen jaren niets aan veranderd.

Wat we wel zien, is dat mensen hun reisgedrag door de coronacrisis hebben aangepast.  

Tijdens de crisis was er een extreme daling van het aantal reizigers, namelijk tot wel 60 of zelfs 80 procent. Nu vrijwel alle coronamaatregelen zijn opgeheven, neemt het aantal reizigers in het openbaar vervoer gelukkig weer toe. Maar veel mensen werken vaker thuis of volgen gedeeltelijk thuis hun lessen en colleges. Ook het aantal toeristen is nog lager dan vóór de coronacrisis. Door het aangepaste reisgedrag is het waarschijnlijk dat het openbaar vervoergebruik, en dus ook de inkomsten die dat oplevert, lager zal zijn dan vooraf verwacht. In een normale situatie betalen alle reizigers bij elkaar in de metropoolregio elk jaar ongeveer 300 miljoen euro voor het gebruik van bus, tram en metro. Elke procent minder reizigers betekent dus ongeveer 3 miljoen euro lagere inkomsten per jaar!

Beschikbaarheidsvergoeding

Tegelijkertijd lopen de kosten voor het grootste deel wel door. Het openbaar vervoer is een essentiële voorziening die moet blijven bestaan, ook in perioden van strenge coronamaatregelen. Bovendien hebben vervoersbedrijven hoge kapitaallasten, want niet alleen de bussen, trams en metro moeten worden bekostigd; ook de kosten voor het personeel lopen gewoon door. Het personeel is hard nodig als het aantal reizigers weer stijgt. Het Rijk heeft daarom tijdens de coronacrisis een beschikbaarheidsvergoeding gegeven, waarmee tot 95% van de kosten wordt afgedekt. Deze beschikbaarheidsvergoeding geldt tot 1 september 2022. Voor de periode daarna voert de MRDH, samen met andere OV-autoriteiten en vervoersbedrijven, gesprekken met het Rijk. MRDH pleit daarbij voor een structurele aanvullende bijdrage van het Rijk. In eerste instantie om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen, maar voor de langere termijn ook om toekomstige opgaven het hoofd te kunnen bieden.

Transitieprogramma OV

Om het openbaar vervoer door de coronacrisis te helpen, heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de MRDH het zogenaamde ‘Transitieprogramma OV en corona’ opgesteld. Het betreft maatregelen in 2021 en 2022, waarbij medio 2022 een besluit wordt genomen welke maatregelen permanent en welke maatregelen tijdelijk zijn. Het gaat om maatregelen om reizigers te spreiden over de dag, maatregelen die bijdragen aan klimaat én lagere kosten en maatregelen waarmee de interne bedrijfsvoering van de vervoerbedrijven nog efficiënter wordt. Aangezien er door de coronacrisis minder wordt gereisd, zijn – daar waar het mogelijk is – frequenties van bus-, tram- en metrolijnen verlaagd.

Met de spreiding van reizigers valt wat te winnen: als reizigers meer verdeeld over de dag reizen worden de daluren beter benut. Hierdoor dalen de kosten van het OV, terwijl de dienstverlening voor de reiziger maximaal in stand kan blijven.  Mensen en materieel kunnen dan efficiënter worden ingezet. Met deze maatregelen kunnen vervoerders inspelen op het nieuwe reizigersgedrag dat tijdens de pandemie is ontstaan. Daarnaast zijn afspraken gemaakt om op een andere manier om te gaan met sociale veiligheid oftewel menselijk toezicht. De 23 gemeenten willen uiteraard dat OV veilig is en veilig voelt, maar wel tegen lagere kosten.

De maatregelen die november 2020 (besluit BCva 25 november 2020)zijn vastgesteld door de wethouders van de 23 gemeenten (ingrijpen in interne bedrijfsvoering en waar mogelijk de dienstregeling aanpassen) worden in het transitieprogramma voortgezet en aangevuld met nieuwe maatregelen. De nieuwe maatregelen variëren van tijdelijke frequentieverlagingen, concentreren op de verbindingen met veel reizigers en het schrappen van de minst gebruikte lijnen en trajecten. Het zijn maatregelen die impact hebben op de reiziger, zeker in gebieden waar geen alternatief voor handen is. Om ervoor te zorgen dat de reiziger zo min mogelijk van deze maatregelen merkt, is de MRDH met gemeenten in gesprek over de mogelijkheden om maatwerkvervoer te bieden. Daartoe stelt de MRDH middelen beschikbaar.

Voor alle maatregelen geldt dat ze met pijn in het hart worden genomen, dat ze een tijdelijk karakter hebben en dat regelmatig bezien wordt of ze kunnen worden teruggedraaid. En bovenal is er de boodschap aan het Rijk: kom met langjarige, extra structurele middelen over de brug, want de coronacrisis mag niet afbreken wat zorgvuldig is opgebouwd. Het OV heeft de toekomst, geef het dan ook toekomst. Extra financiële middelen van het Rijk zijn een voorwaarde om inwoners, bedrijven en kennisinstellingen in de metropoolregio het vervoer te bieden dat ze nu en in de toekomst nodig hebben.

Herijkingen 2022

Het Transitieprogramma OV en corona is in 2021 twee maal herijkt, en ook in 2022 zullen twee herijkingen plaatsvinden: in juni en november. Bij de herijkingen wordt gekeken of bijstelling van de eerder genomen maatregelen nodig en mogelijk is. In juni 2022 zal de bestuurscommissie besluiten welke maatregelen permanent kunnen worden en waar de prioriteit ligt bij het terugdraaien van tijdelijke maatregelen. Ook zal in juni 2022 het vervoerplan voor de dienstregeling 2023 worden vastgesteld.