Het kabinet trekt anderhalf miljard euro uit voor steun aan de OV-bedrijven. Dat geld is nodig vanwege het inkomstenverlies en de extra kosten van vervoersbedrijven als gevolg van de coronacrisis. Vervoersautoriteiten dragen bij, door OV-bedrijven de afgesproken subsidies te blijven verlenen, ondanks dat er minder openbaar vervoer rijdt. Vervoerders keren geen dividend en bonussen uit en financieren 5 procent van de kosten. Zo dragen de drie partijen gezamenlijk bij aan een financiële oplossing voor het openbaar vervoer.

Robert van Asten, voorzitter bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH: 
Deze afgelopen maanden is weer eens gebleken hoe essentieel het openbaar vervoer is voor onze samenleving. Bus, tram, metro en trein brachten mensen met vitale beroepen naar hun werk. De vervoersbedrijven HTM, RET en EBS zijn belangrijk in de metropoolregio en hebben het moeilijk. Ik ben dan ook blij met de bijdrage van 1,5 miljard euro van het kabinet. Het lijkt erop dat het openbaar vervoer hiermee kan blijven rijden. Vervoersbedrijven, vervoersautoriteiten en het Rijk kunnen zo gezamenlijk, ook in deze crisistijd, passend openbaar vervoer aan reizigers blijven bieden.

De kosten voor het openbaar vervoer zijn tot eind 2020 afgedekt. Sinds het begin van de coronacrisis zijn de reizigersaantallen flink afgenomen en zijn de kosten gestegen doordat bijvoorbeeld materieel, stations en haltes moesten worden aangepast.

De beschikbaarheidsvergoeding van het Kabinet is bestemd voor al het openbaar vervoer onder een concessie (gebiedsconcessies, lijnconcessies en lijnovereenkomsten) in Nederland en loopt van 1 maart tot het einde van dit jaar. Daarbij is afgesproken dat de decentrale overheden en het ministerie van OCW de bijdragen vanuit de huidige concessieafspraken en OV-studentenkaart doorbetalen. Het kabinet zegt eraan te hechten dat de NS, stads- en streekvervoerders en de Friese Waddenveren zelf ook een passende bijdrage leveren. Deze zal maximaal 7 procent van de kosten bedragen. Met de beschikbaarheidsvergoeding vanuit het Rijk komt de kostendekkingsgraad voor het openbaar vervoer uit op 93%. OV-bedrijven die kunnen aantonen dat er bedrijfseconomisch geen andere mogelijkheid is dan de dienstregeling af te schalen om continuïteit te borgen worden tot maximaal 95% gecompenseerd.