Aanpak knelpunten Algeracorridor en oeververbinding Oost

Naar overzicht
16 juli 2019

Een oeververbinding tussen Feijenoord en Kralingen/de Esch en het aanpakken van knelpunten op de Algeracorridor zijn onderdeel van een samenhangend pakket aan maatregelen dat verder wordt onderzocht om de bereikbaarheid in de regio Rotterdam te verbeteren. Dat besluit hebben de gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op 16 juli jl. genomen. Voorwaarde voor deze regioaanpak is dat er nog 30 miljoen euro beschikbaar komt voor de financiering van de 90 miljoen die maximaal nodig is voor de  Algeracorridor.

Pakket aan maatregelen
In de regio Rotterdam staat de bereikbaarheid onder druk. Zo zijn er knelpunten op de A16, de Algeracorridor en in het openbaar vervoer. Goede bereikbaarheid is een voorwaarde voor een economisch sterke regio met een hoogwaardige leefkwaliteit. Daarnaast biedt een goede bereikbaarheid kansen voor gebiedsontwikkeling. In de MIRT-verkenning worden daarom maatregelen uitgewerkt om dit aan te pakken.

De maatregelen zijn samengesteld op basis van de onderzoeksresultaten van de pré-verkenning, de aanvullende informatie uit de onderzoeken A16- en Algeracorridor en de participatie van de afgelopen periode. Het pakket aan maatregelen dat verder wordt onderzocht en uitgewerkt bestaat uit: 

  1. een nieuwe multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord in Rotterdam;
  2. maatregelen om de capaciteit en doorstroming op de Algeracorridor op te waarderen; 
  3. een treinstation Stadionpark;
  4. een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding tussen Zuidplein en Kralingse Zoom;
  5. een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding tussen Zuidplein en Rotterdam Centraal via de Maastunnel;
  6. maatregelen op de A16, waaronder het weefvak in de A16 ten zuiden van de Van Brienenoordbrug tussen het Knooppunt Terbregseplein en het Knooppunt Ridderkerk.

Uit de onderzoeken blijkt dat dit pakket aan maatregelen voor de regio Rotterdam het meest bijdraagt aan het verbeteren van de bereikbaarheid, de regionale verstedelijkingsopgave, de stedelijke leefkwaliteit en zorgen voor kansen voor mensen.

De exacte invulling van deze maatregelen is nog niet duidelijk, er zijn nog verschillende oplossingsrichtingen mogelijk. Zo is bijvoorbeeld nog niet bekend of de oeververbinding een brug of tunnel wordt en wat de exacte locatie binnen het zoekgebied Feijenoord en Kralingen/de Esch wordt. Ook voor de knelpunten op de Algeracorridor zijn verschillende varianten mogelijk, van renovatie tot vervanging. Daarom wordt nu al rekening gehouden met de maximale kosten voor de aanpak van de Algeracorridor.

Volgende fase van de MIRT Verkenning

De gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zetten met de keuze voor dit pakket aan maatregelen een volgende stap in de startfase van de MIRT-verkenning oeververbinding regio Rotterdam. Om de knelpunten op de Algeracorridor goed aan te pakken, zoeken de partijen gezamenlijk nog naar een financiële ruimte van 30 miljoen. Na de zomer volgt het besluit over de startbeslissing en de financiën.

Dit besluit wordt vastgelegd in de Startbeslissing en Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Deze worden na de zomer gepubliceerd. De NRD beschrijft welke oplossingsrichtingen in de MIRT-verkenning verder worden onderzocht.  Op de NRD kunnen zienswijzen worden ingediend.